Ontstaan van het landschap

 Aekingerzand

De oudste zichtbare sporen van bewoning dateren uit de IJzertijd. Sindsdien is het gebied permanent bewoond en gebruikt. Een hunebed ten oosten van Diever en grafheuvels bij de Oude Willem en bij Vledder geven blijk van de eerste bewoners.
Veel later vormde zich het karakteristieke esdorpenlandschap. Essen zijn oude akkercomplexen. Heidevelden deden dienst als weidegrond voor schapen en - in mindere mate - rundvee. Het vee keerde iedere dag weer terug naar de stal. De mest uit de stal, vermengd met heideplaggen, werd gebruikt om de vruchtbaarheid van de akkers op peil te houden.

Stuifzanden in opkomst 

Binnen de heidevelden ontstonden zandverstuivingen. Het gebruik van de heide werd zo intensief dat planten hier niet meer konden groeien. De zandgrond ging stuiven. Rond 1850 waren de zandverstuivingen zo groot dat ze vrij uitzicht gaven over Friesland. Ze vormden een ernstige bedreiging voor dorpen en akkers. Om de zandverstuivingen een halt toe te roepen werden in die tijd de eerste kleinschalige bebossingen uitgevoerd. 

Bebossing 

Toen de heidevelden door de uitvinding van de kunstmest niet meer nodig waren om in mest en plaggen te voorzien vonden er vanaf het begin van de 20e eeuw grootschalig bebossingen plaats. De boswachterijen Appelscha en Smilde en de bossen van Berkenheuvel en Boschoord zijn toen ontstaan. Andere delen van de voormalige heide zijn ontgonnen tot landbouwgrond. Slechts relatief kleine oppervlakten heide en stuifzand zijn bewaard gebleven. Veranderingen in de landbouw, zoals het gebruik van steeds grotere en zwaardere machines hebben ook voor veranderingen in de beekdalen en essen gezorgd. Schaalvergroting, ontwatering en ontginning hebben delen van het landschap drastisch veranderd. 

Oude verkavelingsstructuur 

De structuur van de dorpen en hun directe omgeving is goed bewaard gebleven. Op sommige essen liggen nog oude verkavelingpatronen. Rond een aantal essen bevinden zich houtwallen die vroeger vee en wind weg moesten houden van de akkers. Bij Diever is de typische trechtervorm van de oude veedriften, waarlangs het vee naar de weidegronden werd gevoerd, nog te zien 

afdrukken